nurse
Pronunciation
/nɝːs/
British pronunciation
/nɜːs/

Definitie en betekenis van "nurse"in het Engels

01

verpleger, verpleegster

someone who has been trained to care for injured or sick people, particularly in a hospital
nurse definition and meaning
example
Voorbeelden
My sister is studying to become a nurse so she can take care of patients in the hospital.
Mijn zus studeert om verpleegster te worden zodat ze voor patiënten in het ziekenhuis kan zorgen.
02

kindermeisje, kinderverzorgster

a woman who is the custodian of children
nurse definition and meaning
to nurse
01

verplegen, zorgen voor

to provide care and support to individuals who are sick or handicapped, aiding in their recovery or well-being
Transitive: to nurse sb
to nurse definition and meaning
example
Voorbeelden
As a mother, she had to nurse her child through a bout of the flu, providing fluids and comfort.
Als moeder moest ze haar kind verplegen tijdens een griepaanval, door vocht en troost te bieden.
02

verzorgen, plegen

to take care of an injury or illness by treating it gently and with attention
Transitive: to nurse an injury or illness
to nurse definition and meaning
example
Voorbeelden
The doctor advised him to nurse his wound by avoiding any strain on it.
De dokter adviseerde hem om zijn wond te verzorgen door er geen druk op uit te oefenen.
03

koesteren, behouden

to carefully hold and nurture a thought, feeling, or theory within oneself over time without expressing them openly
Transitive: to nurse a thought or feeling
to nurse definition and meaning
example
Voorbeelden
The scientist nursed a groundbreaking theory for years before presenting it.
De wetenschapper koesterde jarenlang een baanbrekende theorie voordat hij deze presenteerde.
04

slurpen, langzaam drinken

to sip or drink a beverage slowly or gently
Transitive: to nurse a drink
example
Voorbeelden
She nursed the lemonade, taking small sips to cool off in the heat.
Ze nipte van de limonade, nam kleine slokjes om af te koelen in de hitte.
05

voeden, borstvoeding geven

to be fed milk directly from the mother's breast
Intransitive
example
Voorbeelden
The newborn nursed several times a day to build strength.
De pasgeborene werd meerdere keren per dag gezoogd om kracht op te bouwen.
5.1

borstvoeding geven, zogen

to breastfeed a baby
Transitive: to nurse a baby
to nurse definition and meaning
example
Voorbeelden
He helped his wife by preparing a comfortable space for her to nurse the baby.
Hij hielp zijn vrouw door een comfortabele ruimte voor haar voor te bereiden om de baby te voeden.
06

verzorgen, koesteren

to provide careful attention and care to someone or something to help it grow or improve
Transitive: to nurse sth
example
Voorbeelden
He nursed his career by seeking out opportunities to learn and grow.
Hij koesterde zijn carrière door kansen te zoeken om te leren en te groeien.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store