imperviousimpulsively
van 23
imperviousimpulsively
impervious[adj]

ondoordringbaar,waterdicht

impetigo[n]

impetigo,besmettelijke bacteriële huidinfectie

impetrate[v]

afsmeken,verkrijgen door smeken

impetuosity[n]

onstuimigheid,overhaasting

impetuous[adj]

onbezonnen,impulsief

impetuously[adv]

onstuimig,overhaast

impetus[n]

stuwkracht,impuls

impiety[n]

goddeloosheid,oneerbiedigheid

impinge[v]

negatief beïnvloeden,inbreken op

impious[adj]

goddeloos,oneerbiedig

implacable[adj]

onverbiddelijk,onvermurwbaar

implant[v][n]

implanteren,inplanten • implantaat,implanteerbaar apparaat

implausible[adj]

onwaarschijnlijk,niet plausibel

implausibly[adv]

ongeloofwaardig,op een ongeloofwaardige manier

implement[v][n]

toepassen,gebruiken • gereedschap,instrument

implementation[n]

implementatie,uitvoering

implicate[v]

impliceren,betrekken

implication[n]

implicatie, consequentie

implicative[adj]

implicatief,suggestief

implicature[n]

implicatuur,onderschikkende betekenis

implicit[adj]

impliciet,onzichtbaar

implicitly[adv]

impliciet,op een impliciete manier

implode[v]

imploderen,naar binnen instorten

implore[v]

smeken,bidden

implosion[n]

implosie,initiële occlusieve fase van een plosief

imply[v]

impliceren,doen vermoeden

impolite[adj]

onbeleefd,ongemanierd

impolitely[adv]

onbeleefd,op een onbeleefde manier

impoliteness[n]

onbeleefdheid,gebrek aan manieren

impolitic[adj]

onverstandig,onbedachtzaam

import[n][v]

import,invoer • importeren,uit het buitenland kopen

importance[n]

belang,importantie

important[adj]

belangrijk,cruciaal

importantly[adv]

belangrijk,op belangrijke wijze

importation[n]

import

imported[adj]

geïmporteerd

importer[n]

importeur,importeuse

importunate[adj]

opdringerig,aanhoudend

importune[v]

lastigvallen,besteden

impose[v]

opleggen,dwingen

imposing[adj]

imposant,indrukwekkend

imposingly[adv]

indrukwekkend,imposant

imposition[n]

oplegging,vestiging

impossible[adj][n]

onmogelijk,onuitvoerbaar • het onmogelijke,een onmogelijkheid

impossibly[adv]

onmogelijk,op een onmogelijke manier

impost[n]

impost,sluitsteen

impostor[n]

bedrieger,impostor

imposture[n]

bedrog, misleiding

impotent[adj]

machteloos,onbekwaam

impotently[adv]

machteloos,zonder iets te kunnen doen

impound[v]

in beslag nemen,opsluiten

impoverish[v]

verarmen,verslechteren

impoverished[adj]

verarmd,berooid

impoverishment[n]

verarming,verpaupering

impracticable[adj]

onuitvoerbaar,onpraktisch

impractical[adj]

onpraktisch,onuitvoerbaar

imprecation[n]

vervloeking,verwensing

imprecise[adj]

onjuist,onduidelijk

imprecisely[adv]

onprecies,op een onnauwkeurige manier

impregnate[v]

bevruchten,impregneren

impresario[n]

impresario,organisator van entertainmentevenementen

impress[v][n]

imponeren,indruk maken • de gedwongen werving,de persing

impressed[adj]

onder de indruk,vol bewondering

impressible[adj]

beïnvloedbaar,gevoelig

impression[n]

indruk

impressionable[adj]

beïnvloedbaar,impressionabel

impressionism[n]

impressionisme

impressionist[n][adj]

impressionist • impressionistisch

impressive[adj]

indrukwekkend,opmerkelijk

impressively[adv]

indrukwekkend, opmerkelijk

imprimatura[n]

imprimatura,grondlaag

imprint[v][n]

indrukken,prenten • afdruk,kenmerkende invloed

imprison[v]

gevangenzetten,opsluiten

imprisonment[n]

gevangenisstraf,opsluiting

improbability[n]

onwaarschijnlijkheid,ongeloofwaardigheid

improbable[adj]

onwaarschijnlijk,weinig waarschijnlijk

improbably[adv]

onwaarschijnlijk,op een onwaarschijnlijke manier

impromptu[n][adj][adv]

geïmproviseerde toespraak,spontane opmerking • improvisatie,spontaan • improviserend,zonder voorbereiding

improper[adj]

ongepast,onjuist

improper fraction[n]

onechte breuk

improperly[adv]

onjuist,onbehoorlijk

improvable[adj]

verbeterbaar,optimaliseerbaar

improve[v]

verbeteren,verfijnen

improve on[v]

verbeteren,verfijnen

improved[adj]

verbeterd,geoptimaliseerd

improvement[n]

verbetering,vooruitgang

improver[n]

verbeteraar,verbeteringsmiddel

improvident[adj]

onvoorzichtig,verkwistend

improvisational theater[n]

improvisatietheater,theatrale improvisatie

improvise[v]

improviseren,ter plekke verzinnen

imprudence[n]

onvoorzichtigheid

imprudent[adj]

onvoorzichtig,onbedachtzaam

impudent[adj]

brutaal,onbeschoft

impugn[v]

betwisten,in twijfel trekken

impuissance[n]

onmacht

impulse[n]

impuls,instinctief motief

impulse buy[n]

impulsaankoop,spontane aankoop

impulsion[n]

impuls

impulsive[adj]

impulsief,onbezonnen

impulsively[adv]

impulsief,zonder na te denken

LanGeek
Download de App