brandstichter,brandapparaat • brandstichtend,vuurwerk
wierook,wierookgeur • woedend maken,ergeren
woedend,verontwaardigd
stimulans,motivatie
stimuleren,motiveren
begin,start
aanvankelijk,inleidend
onzeker
onophoudelijk,voortdurend
onophoudelijk,voortdurend
incest,incestueuze relaties
incestpleger,persoon beschuldigd van incest
inch,lengte-eenheid • langzaam vooruitgaan,beetje bij beetje bewegen
onvoltooid,in wording
inchoatief,inchoatief aspect • aanvankelijk,beginnend
inchoatief aspect,ingressief aspect
lichtgroen als een rups,zachtgroen als een rups
incidentie,voorkomensfrequentie
incident, gebeurtenis • invallend,inval
toevallig,bijkomend • incidentele kosten,kleine uitgaven
incidentele kosten,bijkomende kosten
toevallig,overigens
verbranden,volledig verbranden tot as
verbrandingsoven,afvalverbrander
beginnend,ontluikend
insnijden,graveren
incisie,chirurgische snee
scherpzinnig,doordringend
snijtand,voortand
inkeping,kleine holte
inkeping,kerf
aanzetten,opruien
aansporing,stimulans
onbarmhartig,meedogenloos
neiging,geneigdheid
helling,schuine vlak • neigen,beïnvloeden
hellende mat,schuine mat
geneigd,neigend
inbegrepen,omvatten
inbegrepen,opgenomen
inclusief,waaronder
inclusie
inclusief,alomvattend
incognito,onder een valse identiteit • incognito,anoniem
onwetend,onbewust
onsamenhangend,onduidelijk
onsamenhangend, op een onsamenhangende manier
onbrandbaar
inkomen
binnenkomend,aankomend • inkomend,aankomst
incommunicado,zonder communicatiemiddelen
onvergelijkbaar,weergaloos
onverenigbaar,incompatibel
onbekwaam,onbevoegd • incompetent,onbekwaam
onvolledig,onafgemaakt
onbegrijpelijkheid,onverstaanbaarheid
onbegrijpelijk,onvatbaar
onsamendrukbaar
onvoorstelbaar,ongelofelijk
onvoorstelbaar,op een onvoorstelbare manier
niet overtuigend,niet conclusief
incongruentie,dissonantie
ongepast,vreemd
onlogisch,niet verwant
onbelangrijk,betekenisloos
onbeduidend,gering
onattent,onbedachtzaam
onbedachtzaam,zonder rekening te houden met anderen
inconsistentie,onvoorspelbaarheid
inconsistent,onregelmatig
inconsistent,onregelmatig
ontroostbaar
onopvallend,onopgemerkt
onbestendig,wisselvallig
onweerlegbaar
onbetwistbaar
incontinentieverband,absorberend verband voor incontinentie
incontinentie,gebrek aan controle over darm- of blaasfuncties
onweerlegbaar,onbetwistbaar
onweerlegbaar, onbetwistbaar
ongemak,overlast • lastigvallen,overlast bezorgen
onhandig,lastig
ongemakkelijk
opnemen,integreren • opgenomen,geïntegreerd
geïntegreerd,samengevoegd
incorporatie,fusie
lichaamloos,immaterieel
onjuist,incorrect
onjuist,verkeerd
onverbeterlijk,onherroepelijk
toenemen, stijgen • toename,verhoging
verhoogd,toegenomen
toenemend,stijgend
steeds meer
ongelooflijk,verbazingwekkend
ongelooflijk,op een ongelooflijke manier
ongeloof,twijfel
ongelovig,sceptisch