inexhaustibleinform against
van 23
inexhaustibleinform against
inexhaustible[adj]

onuitputtelijk, onuitputbaar

inexhaustibly[adv]

onuitputtelijk

inexorable[adj]

meedogenloos,onafwendbaar

inexorably[adv]

onverbiddelijk,onstuitbaar

inexpedient[adj]

ongepast,onpraktisch

inexpensive[adj]

betaalbaar,goedkoop

inexpensively[adv]

goedkoop,tegen lage kosten

inexperience[n]

onervarenheid

inexperienced[adj]

onervaren,beginner

inexplicable[adj]

onverklaarbaar

inexplicit[adj]

impliciet,onduidelijk

inexpressible[adj]

onuitsprekelijk,onbeschrijfelijk

inextensible[adj]

onuitrekbaar

inextricable[adj]

onontwarbaar,onvermijdelijk

inextricably[adv]

onlosmakelijk,onafscheidelijk

infallibility[n]

onfeilbaarheid,volmaaktheid

infallible[adj]

onfeilbaar,foutloos

infamous[adj]

berucht,notoir

infamously[adv]

berucht,notoir

infamy[n]

schande,infamie

infancy[n]

zuigelingenleeftijd,vroege kindertijd

infant[n]

zuigeling,baby

infant prodigy[n]

wonderkind,vroegrijp genie

infant school[n]

kleuterschool,basisschool voor jonge kinderen

infantile[adj]

kinderachtig,infantiel

infantry[n]

infanterie,infanteristen

infarction[n]

infarct

infatuated[adj]

verliefd,geobsedeerd

infatuation[n]

verliefdheid,verwondering

infeasible[adj]

onuitvoerbaar,onmogelijk

infect[v]

infecteren,besmetten

infected[adj]

besmet,geïnfecteerd

infection[n]

infectie

infectious[adj]

besmettelijk,infectieus

infectious disease[n]

besmettelijke ziekte,infectieziekte

infectious mononucleosis[n]

infectieuze mononucleosis,mononucleosis

infective[adj]

besmettelijk,infectieus

infer[v]

afleiden,concluderen

inference[n]

inferentie,afleiding

inferential[adj]

inferentieel

inferior[adj][n]

inferieur,ondergeschikt • onderschrift,ondergeschikt teken

inferior meatus[n]

inferieure neusgang,lagere neuspassage

inferior vena cava[n]

onderste holle ader,caudale holle ader

inferiority complex[n]

minderwaardigheidscomplex,gevoel van minderwaardigheid

infernal[adj][n]

hels,duivels • bewoner van de hel,demon

infernal region[n]

infernaal gebied,hel

inferno[n]

hel,inferno

infertile[adj]

onvruchtbaar,onvruchtbaar

infest[v]

teisteren,overrompelen

infestation[n]

besmetting,plaag

infidel[n]

ongelovige,heiden

infidelity[n]

ontrouw,overspel

infield[n][adv]

binnenveld,diamant • naar binnen,in de richting van het centrum

infielder[n]

binnenvelder,infielder

infighting[n]

onderlinge strijd,onvriendelijke concurrentie tussen leden van een groep

infill[n]

opvulling,stedelijke verdichting

infill station[n]

invulstation,tussenstation

infiltrate[v]

infiltreren,filteren

infiltration[n]

infiltratie

infinite[adj][n]

oneindig,grenzeloos • het oneindige,de grenzeloosheid

infinitely[adv]

oneindig,grenzeloos

infinitesimal[n][adj]

oneindig kleine hoeveelheid,verwaarloosbare hoeveelheid • oneindig klein,minuscuul

infinitesimal calculus[n]

infinitesimaalrekening,differentiaal- en integraalrekening

infinitesimally[adv]

oneindig klein,verwaarloosbaar

infinitive[n]

infinitief,onbepaalde wijs

infinitive clause[n]

infinitieve bijzin,infinitief clausule

infinitude[n]

oneindigheid,onbegrensdheid

infinity[n]

oneindigheid,eeuwigheid

infirm[adj]

zwak,krachteloos

infirmary[n]

ziekenboeg,polikliniek

infirmity[n]

gebrek,zwakte

infix[n][v]

infix,gebonden morfeem ingevoegd • een infix invoegen,een morfeem of affix in een woord invoegen

inflame[v]

ontsteken,irriteren

inflamed[adj]

ontstoken,roodachtig

inflammable[adj]

ontvlambaar,brandbaar

inflammation[n]

ontsteking,opwinding

inflammatory[adj]

ontstekings-,pro-inflammatoir

inflatable[adj][n]

opblaasbaar,luchtgevuld • opblaasbaar,opblaasbaar object

inflatable advertising[n]

opblaasbare reclame,reclame met opblaasbare structuren

inflate[v]

opblazen,vullen met lucht of gas

inflate a cow[phrase]
inflated[adj]

opgeblazen,gevuld met lucht

inflation[n]

inflatie,prijsstijging

inflected preposition[n]

verbogen voorzetsel,voorzetsel met verbuiging

inflection[n]

de intonatie,de modulatie

inflectional phrase[n]

flectiezin,flectiegroep

inflexibility[n]

onbuigzaamheid,rigiditeit

inflexible[adj]

onbuigzaam,rigide

inflexibly[adv]

onbuigzaam,rigide

inflict[v]

toebrengen,veroorzaken

influence[n][v]

invloed,impact • beïnvloeden,invloed hebben op

influencer[n]
influencer marketing[n]

influencer marketing,marketing via influencers

influential[adj]

invloedrijk,veel invloed hebbend

influenza[n]

griep

influx[n]

instroom,toevloed

infographic[n]

infographic,visuele weergave van informatie

infomercial[n]

reclamprogramma,televisiewinkel

inform[v]

informeren,inlichten

inform against[v]

verklikken

LanGeek
Download de App