Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to implement
01
toepassen, gebruiken
to apply or utilize a device, tool, or method for a specific purpose
Transitive: to implement a method or system
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
implement
3e persoon enkelvoud
implements
onvoltooid deelwoord
implementing
onvoltooid verleden tijd
implemented
voltooid deelwoord
implemented
Voorbeelden
The chef implements a new cooking technique to enhance the flavor of the dish.
De chef implementeert een nieuwe kooktechniek om de smaak van het gerecht te verbeteren.
02
implementeren, toepassen
to put a plan or idea into action using tangible and specific steps to ensure its successful realization
Transitive: to implement a plan or idea
Voorbeelden
The company decided to implement a new training program to enhance the skills of its employees.
Het bedrijf besloot een nieuw trainingsprogramma te implementeren om de vaardigheden van zijn werknemers te verbeteren.
03
implementeren, toepassen
to carry out or enforce laws, rules, or policies
Transitive: to implement rules and policies
Voorbeelden
Law enforcement agencies work to implement traffic regulations and ensure the safety of road users.
Handhavingsinstanties werken aan het implementeren van verkeersregels en het waarborgen van de veiligheid van weggebruikers.
Implement
01
gereedschap, instrument
a tool or device used for a specific task or purpose, often essential in daily activities
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
implements
Voorbeelden
The gardener relied on a sturdy shovel as his primary implement for digging.
De tuinman vertrouwde op een stevige schep als zijn primaire gereedschap voor het graven.
Lexicale Boom
implemented
implement



























