Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
indruk
Haar vrolijke houding gaf mij de indruk dat ze altijd gelukkig was.
indruk, uitstraling
De chique auto gaf een indruk van rijkdom.
indruk, mentaal beeld
De documentaire liet een sterke indruk achter van de schoonheid en kwetsbaarheid van de natuurlijke wereld.
indruk, imitatie
Zijn indruk van de beroemde acteur was raak, en legde al zijn unieke eigenaardigheden vast.
indruk, impact
De toespraak maakte een diepe indruk op het publiek en inspireerde hen om actie te ondernemen.
afdruk, indruk
afdruk, indruk
De tandarts nam een afdruk van de tanden van de patiënt om een op maat gemaakte kroon te maken.
afdruk, merk
De oude kleitablet droeg het koninklijke zegel als zijn officiële indruk.
oplage, druk
De eerste druk van de roman was binnen enkele dagen na de release uitverkocht.
afdruk, deuk
Het zware boek liet een indruk achter op het zachte kussen waarop het was geplaatst.
impressie, weergave
Het marketingteam hield het aantal impressies bij dat hun advertentie op sociale media ontving.
Lexicale Boom



























