Zoeken
ansetzen
01
schatten, ramen
Eine Menge, Zeit oder Position vorläufig festlegen
Voorbeelden
Die Konferenz wurde auf den 12. Mai angesetzt.
De conferentie werd gepland voor 12 mei.
02
beginnen
Mit einer Handlung oder Bewegung beginnen
Voorbeelden
Er setzte an, eine Rede zu halten.
Hij begon een toespraak te houden.
03
uitlopen, beginnen uit te lopen
Pflanzen beginnen, Knospen oder Früchte zu bilden
Voorbeelden
Die Orchidee setzt gerade neue Knospen an – bald blüht sie!
De orchidee begint nieuwe knoppen te vormen – binnenkort zal hij bloeien!
04
bevestigen, toevoegen
Etwas an einer bestimmten Stelle befestigen oder hinzufügen
Voorbeelden
Sie setzten einen neuen Anbau ans Haus an.
Ze hebben een nieuwe aanbouw aan het huis toegevoegd.


























