le mandat
mandat
mɑ̃da
maada

Definitie en betekenis van "mandat"in het Frans

01

bevel, rechterlijk bevel

ordre donné par une autorité légale (juge, police, etc.) pour accomplir un acte officiel 
le mandat definition and meaning
Voorbeelden
La police a agi sur mandat du juge. 

De politie handelde op bevel van de rechter.

02

postwissel, betalingsopdracht

ordre donné à un établissement (souvent postal ou bancaire) pour transférer une somme d'argent à une autre personne 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
mandats
Voorbeelden
J'ai envoyé un mandat à ma sœur à l'étranger. 

Ik heb een postwissel naar mijn zus in het buitenland gestuurd.

03

mandaat, volmacht

autorisation donnée à quelqu'un pour agir à la place d'une autre personne 
Voorbeelden
Elle a donné un mandat à son frère pour vendre la maison. 

Ze gaf haar broer een mandaat om het huis te verkopen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store