Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
groep, klomp
a grouping of a number of similar things
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
clumps
02
een dichte groep, een compacte massa
a tightly packed or clustered group or mass
Voorbeelden
The children gathered around in a clump to hear the story.
De kinderen verzamelden zich in een dichte groep om het verhaal te horen.
03
zwaar gedempt geluid, zware klap
a heavy dull sound (as made by impact of heavy objects)
to clump
01
samenklonteren, groeperen
to bring or gather things or individuals together into a closely packed group or cluster
Transitive: to clump a group or cluster
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
clump
3e persoon enkelvoud
clumps
onvoltooid deelwoord
clumping
onvoltooid verleden tijd
clumped
voltooid deelwoord
clumped
Voorbeelden
The gardener clumped the tulip bulbs together to create a striking display of color in the garden.
De tuinman clusterde de tulpenbollen om een opvallende kleurenweergave in de tuin te creëren.
02
zwaar lopen, onhandig bewegen
to move with heavy or awkward steps, often in a manner that lacks grace or coordination
Intransitive: to clump somewhere
Voorbeelden
After the long hike, he began to clump along the trail, fatigued from the strenuous exercise.
Na de lange wandeling begon hij zwaar te lopen langs het pad, vermoeid door de inspannende oefening.
03
samenklonteren, opeenhopen
to gather or form a group closely packed together
Intransitive
Voorbeelden
As the storm approached, the birds started to clump in the trees, seeking shelter from the rain.
Toen de storm naderde, begonnen de vogels zich in de bomen te verzamelen, op zoek naar beschutting tegen de regen.



























