Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to reach out
01
contact opnemen, om hulp vragen
to contact someone to get assistance or help
Transitive: to reach out to sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
reach
tegenwoordige tijd
reach out
3e persoon enkelvoud
reaches out
onvoltooid deelwoord
reaching out
onvoltooid verleden tijd
reached out
voltooid deelwoord
reached out
Voorbeelden
She urged him to reach out to his family.
Ze drong er bij hem op aan om contact op te nemen met zijn familie.
02
de hand uitsteken, de arm uitsteken
to stretch one's hand or arm to touch, take, or connect with something or someone
Intransitive
Voorbeelden
The child reached out to pet the friendly dog.
Het kind stak zijn hand uit om de vriendelijke hond te aaien.
03
de hand uitsteken, contact opnemen
to make an effort to communicate or connect with someone in a positive and supportive way
Transitive: to reach out to sb
Voorbeelden
She decided to reach out to an old friend she hadn't spoken to in years.
Ze besloot om een oude vriend te benaderen met wie ze al jaren niet had gesproken.
04
de hand reiken, hulp aanbieden
to try to help or support other people in some way
Transitive: to reach out to sb
Voorbeelden
We are reaching out to the most vulnerable members of the community.
We reiken uit naar de meest kwetsbare leden van de gemeenschap.
05
de hand uitsteken, benaderen
to make an effort to attract the attention and interest of someone
Transitive: to reach out to sb
Voorbeelden
He's reaching out to young voters.
Hij benadert jonge kiezers.
06
uitstrekken naar, reiken naar
to extend toward something
Voorbeelden
The tree's branches reach out over the river, creating a beautiful canopy.
De takken van de boom strekken zich uit over de rivier, waardoor een prachtig bladerdak ontstaat.



























