Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rake
01
harken, effenen
to make a ground surface become level or smooth, using a special gardening tool
Voorbeelden
The groundskeeper rakes the sand in the playground to remove debris.
De grondwerker harkt het zand in de speeltuin om puin te verwijderen.
02
harken, slepen
to pull or drag something in a sweeping motion
Transitive: to rake sth through sth | to rake sth across sth
Voorbeelden
He raked his fingers through the pile of papers, searching for the right one.
Hij haalde zijn vingers door de stapel papieren, op zoek naar de juiste.
03
harken, bijeenharken
to gather or move something using a rake or a similar tool
Transitive: to rake sth
Voorbeelden
The workers raked the gravel to make the path smooth.
De arbeiders harkten het grind om het pad glad te maken.
04
krabben, schrapen
to scratch or scrape something, especially skin, with a sweeping or fast motion
Transitive: to rake the skin
Voorbeelden
The tree branch raked his cheek, causing a small cut.
De tak krabte over zijn wang, wat een kleine snee veroorzaakte.
05
doorzoeken, harken
to search through something in a quick, disorganized manner
Intransitive: to rake through a space or container
Voorbeelden
He raked through the pile of papers on his desk to find the important document.
Hij doorzocht de stapel papieren op zijn bureau om het belangrijke document te vinden.
06
harken, vegen
to move over something in a smooth, sweeping motion
Intransitive
Voorbeelden
The waves raked across the beach, leaving foam behind.
De golven veegden over het strand en lieten schuim achter.
01
hark, grepel
a gardening tool with metal teeth attached to a long wooden handle, primarily used for gathering dead leaves or marking a spot on the ground
02
helling, hellingshoek
degree of deviation from a horizontal plane
03
een losbandige man in het modieuze gezelschap, een playboy in de high society
a dissolute man in fashionable society



























