Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to prepare
01
voorbereiden, klaarmaken
to make a person or thing ready for doing something
Transitive: to prepare sth
Voorbeelden
She prepares her artwork by gathering all the necessary materials.
Ze bereidt haar kunstwerk voor door alle benodigde materialen te verzamelen.
02
voorbereiden, koken
to cook food for eating
Transitive: to prepare food
Voorbeelden
Yesterday, he enthusiastically prepared a homemade pizza for dinner.
Gisteren heeft hij enthousiast een zelfgemaakte pizza voor het diner bereid.
03
voorbereiden, zich voorbereiden
to get ready for an event, activity, or situation, either mentally or physically
Intransitive: to prepare for an event or activity
Transitive: to prepare oneself for an event or activity
Voorbeelden
The band members prepared for the gig by arranging their setlist and rehearsing transitions between songs.
De bandleden bereidden zich voor op het optreden door hun setlist te arrangeren en de overgangen tussen de nummers te repeteren.
04
voorbereiden, plannen
to meticulously work out the details of something or to plan in advance
Transitive: to prepare a plan
Voorbeelden
As part of their strategy, the marketing team prepared a comprehensive campaign.
Als onderdeel van hun strategie heeft het marketingteam een uitgebreide campagne voorbereid.
05
opstellen, voorbereiden
to transform thoughts, ideas, or concepts into a written format
Transitive: to prepare a document
Voorbeelden
The editor prepared the manuscript for publication, reviewing grammar and formatting.
De redacteur bereidde het manuscript voor op publicatie door de grammatica en opmaak te controleren.
Voorbeelden
The mentor prepared the new employee for the challenges of the job by offering guidance, support, and training.
De mentor bereidde de nieuwe werknemer voor op de uitdagingen van de baan door begeleiding, ondersteuning en training te bieden.
Lexicale Boom
preparation
preparative
preparatory
prepare



























