Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to play along
[phrase form: play]
01
meespelen, doen alsof je het ermeeens bent
to pretend to support or agree with someone or something to keep things peaceful or for one's own gain
Intransitive
Voorbeelden
The agent played along with the spy's narrative, gathering as much information as possible.
De agent speelde mee met het verhaal van de spion en verzamelde zoveel mogelijk informatie.
02
meespelen, bedriegen
to trick someone or something over a specific period of time to achieve a particular outcome or advantage
Dialect
British
Transitive: to play along sb
Voorbeelden
He felt guilty for playing his teammates along, pretending to be injured so he would n't have to participate in the game.
Hij voelde zich schuldig omdat hij zijn teamgenoten had misleid, door voor te doen dat hij geblesseerd was zodat hij niet aan de wedstrijd hoefde deel te nemen.
03
meespelen, deelnemen aan het spel
to willingly participate in a game, real or pretend, to make the moment more enjoyable
Intransitive: to play along | to play along with sth
Voorbeelden
Even though he was tired, he played along with his daughter's bedtime story routine.
Hoewel hij moe was, speelde hij mee met het slaapritueel van zijn dochter.
04
begeleiden, meespelen
to perform a musical accompaniment to another instrument or voice
Intransitive
Voorbeelden
She 's amazing on the violin; she can just hear a song and play along.
Ze is geweldig op de viool; ze kan gewoon een liedje horen en meespelen.



























