Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to mean
01
betekenen, willen zeggen
to have a particular meaning or represent something
Transitive: to mean sth | to mean that
Voorbeelden
The white flag means surrender.
De witte vlag betekent overgave.
1.1
betekenen
(of a word) to signify something in the same or another language
Transitive: to mean sth
Voorbeelden
What does the word ' amigo' mean in English?
Wat betekent het woord 'amigo' in het Engels?
02
bedoelen, van plan zijn
to intend something to happen or be so
Transitive: to mean to do sth
Ditransitive: to mean for sb to do sth
Voorbeelden
Her parents meant for her to become a doctor, but she chose to pursue art instead.
Haar ouders bedoelden dat ze arts zou worden, maar ze koos ervoor om kunst te volgen.
2.1
betekenen, voorbestemd zijn
to be supposed or intended to do a certain thing
Voorbeelden
The hammer is meant to be used for nails, not screws.
De hamer is bedoeld om te gebruiken voor spijkers, niet voor schroeven.
2.2
betekenen, impliceren
to lead to a particular or likely result
Transitive: to mean an outcome | to mean that
Voorbeelden
Not following the instructions can mean a failed project.
Het niet volgen van de instructies kan een mislukt project betekenen.
03
betekenen, belangrijk zijn
to be valuable or of importance to someone
Transitive: to mean sth | to mean sb/sth to sb
Voorbeelden
Her pets mean the world to her and she treats them like family.
Haar huisdieren betekenen de wereld voor haar en ze behandelt ze als familie.
01
gemeen, wreed
(of a person) behaving in a way that is unkind or cruel
Voorbeelden
The mean boss berated employees for minor mistakes, creating a toxic work environment.
De gemene baas berispte werknemers voor kleine fouten, wat een giftige werkomgeving creëerde.
02
gierig, krenterig
not willing to spend money or use something; cheap or stingy
Voorbeelden
Despite his wealth, he's incredibly mean with his money.
Ondanks zijn rijkdom is hij ongelooflijk gierig met zijn geld.
Voorbeelden
The mean temperature in July is higher than in June.
De gemiddelde temperatuur in juli is hoger dan in juni.
04
kwaadaardig, kwaadwillend
characterized by malice
05
waardeloos, onwaardig
of no value or worth
06
gemeen, wreed
tattlers
07
armoedig, behoeftig
marked by poverty befitting a beggar
08
uitstekend, fantastisch
excellent
09
gierig, belachelijk
(used of sums of money) so small in amount as to deserve contempt
01
gemiddelde, rekenkundig gemiddelde
(mathematics) the average value of a set of quantities calculated by adding them, and dividing them by the total number of the quantities
Voorbeelden
In the data set { 2, 4, 6, 8 }, the mean is 5.
In de dataset {2, 4, 6, 8} is het gemiddelde 5.
Lexicale Boom
meaning
meaning
mean



























