Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gelten
[past form: galt]
01
geldig zijn, van kracht zijn
Offiziell anerkannt oder gültig sein
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gelte
3e persoon enkelvoud
gilt
onvoltooid deelwoord
geltend
onvoltooid verleden tijd
galt
voltooid deelwoord
gegolten
Voorbeelden
Die Regel gilt nicht mehr.
De regel geldt niet meer.
02
beschouwd worden, geldend zijn
Als etwas angesehen werden
Voorbeelden
Sie galt lange als verschollen.
Ze werd lange tijd beschouwd als vermist.
03
gericht zijn op, betrekking hebben op
Auf jemanden oder etwas ausgerichtet sein
Voorbeelden
Meine Liebe gilt meiner Familie.
Mijn liefde is gericht op mijn familie.
es gilt, ...zu...
01
Etwas muss jetzt getan werden
Voorbeelden
Jetzt gilt es, Mut zu zeigen.



























