Zoeken
bedienen
01
bedienen, serveren
Gästen oder Kunden Essen, Getränke oder Hilfe anbieten
Voorbeelden
Wurden Sie schon bedient?
Bent u al bediend?
02
zichzelf bedienen
Sich selbst etwas nehmen, besonders beim Essen
Voorbeelden
Ich habe mich zweimal am Kuchen bedient.
Ik heb me twee keer van de taart bediend.
03
gebruiken, zich bedienen van
Etwas für ein bestimmtes Ziel nutzen, besonders sprachlich oder stilistisch
Voorbeelden
In seiner Rede bediente er sich vieler Zitate.
In zijn toespraak maakte hij gebruik van vele citaten.
04
bedienen, besturen
Ein technisches Gerät oder eine Maschine steuern oder nutzen
Voorbeelden
Nur geschultes Personal darf den Aufzug bedienen.
Alleen opgeleid personeel mag de lift bedienen.


























