Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La tĂȘte
[gender: feminine]
01
hoofd, kop
partie du corps oĂč il y a le cerveau, les yeux et la bouche
Voorbeelden
Elle s' est cognĂ© la tĂȘte contre la porte.
Ze heeft haar hoofd tegen de deur gestoten.
02
genie, brein
personne trÚs intelligente ou douée
Voorbeelden
Mon frĂšre est une vraie tĂȘte, il comprend tout vite.
Mijn broer is een echte genie, hij begrijpt alles snel.
03
persoon, individu
une personne, un individu
Voorbeelden
Chaque tĂȘte doit apporter sa carte d' identitĂ©.
Elk hoofd moet zijn identiteitskaart meebrengen.
04
hoofd, leider
personne qui dirige un groupe ou une organisation
Voorbeelden
La tĂȘte du dĂ©partement a pris une dĂ©cision importante.
Het hoofd van de afdeling heeft een belangrijke beslissing genomen.
05
hoofd
partie supérieure d'un objet ou d'une plante
Voorbeelden
Il a coupĂ© la tĂȘte de la fleur pour faire un bouquet.
Hij sneed de kop van de bloem af om een boeket te maken.
06
geest, hoofd
partie de l'esprit qui pense, se souvient ou comprend
Voorbeelden
Elle a une trĂšs bonne tĂȘte, elle apprend vite.
Ze heeft een heel goed hoofd, ze leert snel.
07
kopbal, kopstoot
action de frapper le ballon avec la tĂȘte
Voorbeelden
Il a ratĂ© la tĂȘte devant le but.
Hij miste de kopbal voor het doel.



























