Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La tête
01
hoofd, kop
partie du corps où il y a le cerveau, les yeux et la bouche
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
singular
not gender specific
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
têtes
Voorbeelden
Il a mal à la tête depuis ce matin.
Hij heeft sinds vanmorgen hoofdpijn.
02
genie, brein
personne très intelligente ou douée
Voorbeelden
Il est une tête en mathématiques.
Hij is een genie in wiskunde.
03
persoon, individu
une personne , un individu
Voorbeelden
Le prix est de dix euros par tête.
De prijs is tien euro per persoon.
04
hoofd, leider
personne qui dirige un groupe ou une organisation
Voorbeelden
Elle est la tête du gouvernement depuis deux ans.
Zij is al twee jaar het hoofd van de regering.
05
hoofd
partie supérieure d'un objet ou d'une plante
Voorbeelden
La tête de la plante est verte et brillante.
Het hoofd van de plant is groen en glanzend.
06
geest, hoofd
partie de l'esprit qui pense, se souvient ou comprend
Voorbeelden
J'ai trop de choses en tête en ce moment.
Ik heb op dit moment te veel dingen in mijn hoofd.
07
kopbal, kopstoot
action de frapper le ballon avec la tête
Voorbeelden
Il a marqué un but avec une belle tête.
Hij scoorde een doelpunt met een mooie kopbal.
LanGeek



























