moucher
mou
mu
moo
cher
ʃɛʁ
sher
moucheter

Definitie en betekenis van "moucher"in het Frans

moucher
01

zijn neus snuiten, zijn neus afvegen

se nettoyer le nez en expulsant l'air par les narines 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
être
1e persoon enkelvoud
mouche
1e persoon meervoud
mouchons
1e persoon toekomende tijd
moucherai
onvoltooid deelwoord
mouchant
voltooid deelwoord
mouché
1e persoon meervoud imperfectum
mouchions
Voorbeelden
Je me mouche avec un mouchoir en papier. 

Ik snot mijn neus met een papieren zakdoekje.

02

iemands neus afvegen, de neus schoonmaken

nettoyer le nez de quelqu'un (souvent un enfant) en lui faisant expulser les sécrétions 
Voorbeelden
La mère mouche son bébé avant de le coucher. 

De moeder veegt de neus van haar baby af voordat ze hem in bed legt.

03

de neus snuiten, neusafscheiding uitstoten

faire sortir les sécrétions nasales par une expulsion d'air 
Voorbeelden
Le médecin a dû moucher le patient avec un dispositif médical. 

De arts moest de patiënt met een medisch apparaat de neus snuiten.

04

iemand op zijn plaats zetten, streng berispen

remettre quelqu'un à sa place, le réprimander sévèrement 
Voorbeelden
Le professeur a mouché l'élève insolent devant toute la classe. 

De leraar berispte de brutale leerling voor de hele klas.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store