Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
heurter
01
botsen, slaan
entrer en contact violent ou soudain avec quelque chose
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
heurte
1e persoon meervoud
heurtons
1e persoon toekomende tijd
heurterai
onvoltooid deelwoord
heurtant
voltooid deelwoord
heurté
1e persoon meervoud imperfectum
heurtions
Voorbeelden
Le bateau a heurté un rocher sous-marin.
De boot botste tegen een onderwaterrots.
02
beledigen, kwetsen
blesser ou offenser les sentiments de quelqu'un
Voorbeelden
Cette décision risque de heurter certaines communautés.
Dit besluit loopt het risico sommige gemeenschappen te kwetsen.
03
botsen tegen, geconfronteerd worden met
faire face à une difficulté ou une opposition
Voorbeelden
Cette théorie se heurte aux lois de la physique.
Deze theorie botst tegen de wetten van de fysica.



























