heureux
heureux
œʁø
oereu
peureux

Definitie en betekenis van "heureux"in het Frans

01

gelukkig, blij

qui ressent de la joie, du plaisir, du bonheur 
heureux definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus heureux
vergrotende trap
plus heureux
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
heureux
mannelijk meervoud
heureux
vrouwelijk enkelvoud
heureuse
vrouwelijk meervoud
heureuses
Voorbeelden
Elle est très heureuse aujourd'hui. 

Ze is vandaag erg gelukkig.

02

succesvol, voorspoedig

qui obtient de bons résultats ou réussit dans ses projets 
heureux definition and meaning
Voorbeelden
Il est un homme heureux dans sa carrière. 

Hij is een gelukkige man in zijn carrière.

03

gelukkig, gezegend

qui a de la chance, qui bénéficie d'une situation favorable 
heureux definition and meaning
Voorbeelden
Il a été heureux de gagner à la loterie. 

Hij was blij de loterij te winnen.

04

gelukkig, zalig

qui vit dans la béatitude , le bonheur parfait 
heureux definition and meaning
verouderd gebruik
Voorbeelden
Ils vivent une vie heureuse loin du tumulte du monde. 

Ze leiden een gelukkig leven ver van de drukte van de wereld.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store