Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
heureux
01
gelukkig, blij
qui ressent de la joie, du plaisir, du bonheur
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus heureux
vergrotende trap
plus heureux
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
heureux
mannelijk meervoud
heureux
vrouwelijk enkelvoud
heureuse
vrouwelijk meervoud
heureuses
Voorbeelden
Elle est très heureuse aujourd'hui.
Ze is vandaag erg gelukkig.
02
succesvol, voorspoedig
qui obtient de bons résultats ou réussit dans ses projets
Voorbeelden
Il est un homme heureux dans sa carrière.
Hij is een gelukkige man in zijn carrière.
03
gelukkig, gezegend
qui a de la chance, qui bénéficie d'une situation favorable
Voorbeelden
Il a été heureux de gagner à la loterie.
Hij was blij de loterij te winnen.
04
gelukkig, zalig
qui vit dans la béatitude , le bonheur parfait
verouderd gebruik
Voorbeelden
Ils vivent une vie heureuse loin du tumulte du monde.
Ze leiden een gelukkig leven ver van de drukte van de wereld.



























