Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
laag, kort
qui a une faible hauteur
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus bas
vergrotende trap
plus bas
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
bas
mannelijk meervoud
bas
vrouwelijk enkelvoud
basse
vrouwelijk meervoud
basses
Voorbeelden
Le plafond dans cette pièce est très bas.
Het plafond in deze kamer is erg laag.
02
laag, verlaagd
qui a une faible quantité, un niveau ou une intensité réduite
Voorbeelden
Le taux de chômage est bas dans cette région.
Het werkloosheidspercentage is laag in deze regio.
03
neerslachtig, met gebogen hoofd
qui est abaissé, regard ou posture montrant tristesse ou honte
Voorbeelden
Après l' échec, il est resté la tête basse.
Na de mislukking bleef hij met het hoofd gebuigd.
04
laag, diep
qui a un son de fréquence faible ou un volume réduit
Voorbeelden
Le son de la guitare est très bas.
Het geluid van de gitaar is erg laag.
bas
01
laag, naar beneden
indique une position ou un mouvement vers une position basse
grammaticale informatie
Voorbeelden
Les ballons tombent bas dans le jardin.
De ballonnen vallen laag in de tuin.
02
langzaam, zachtjes
indique une action faite doucement ou lentement
Voorbeelden
Le vent souffle bas ce soir.
De wind waait zacht vanavond.
Les bas
01
kousen, lange kousen
vêtement féminin couvrant le pied et la jambe, souvent transparent et long
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bas
Voorbeelden
Elle a acheté des bas transparents pour la soirée.
Ze kocht doorzichtige kousen voor het feest.
02
onderste deel, bodem
la partie inférieure ou la position basse de quelque chose
Voorbeelden
Le bas de la porte est cassé.
Het onderste deel van de deur is kapot.



























