acoger
Pronunciation
/ˌakoxˈɛɾ/

Definitie en betekenis van "acoger"in het Spaans

acoger
01

ontvangen, verwelkomen

recibir a alguien con agrado o amabilidad
acoger definition and meaning
Voorbeelden
El público acogió al cantante con aplausos.
Het publiek ontving de zanger met applaus.
02

ontvangen, reageren

responder o reaccionar de cierta manera ante algo recibido
acoger definition and meaning
Voorbeelden
Su discurso fue acogido con aplausos.
Zijn toespraak werd ontvangen met applaus.
03

opnemen

recibir y cuidar temporalmente a un niño o persona en necesidad
acoger definition and meaning
Voorbeelden
Acoger a un niño requiere paciencia y dedicación.
Een kind opvangen vereist geduld en toewijding.
04

herbergen, onderdak bieden

dar alojamiento o refugio a una persona
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
1e persoon enkelvoud
acogo
3e persoon enkelvoud
acoge
onvoltooid deelwoord
acogiendo
onvoltooid verleden tijd
acogí
voltooid deelwoord
acogido
Voorbeelden
Acogieron a los niños huérfanos con mucho cariño.
Ze namen de weeskinderen met veel genegenheid op.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store