Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
acometer
01
aanvallen, overvallen
atacar o emprender una acción contra alguien de manera violenta o repentina
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
acometo
3e persoon enkelvoud
acomete
onvoltooid deelwoord
acometiendo
onvoltooid verleden tijd
acometió
voltooid deelwoord
acometido
Voorbeelden
Los piratas acometieron el barco mercante desde el lado este.
De piraten overvielen het koopvaardijschip vanaf de oostkant.
02
overvallen, overmeesteren
afectar a alguien de manera súbita y fuerte un sentimiento, impulso o estado
Voorbeelden
Le acometieron las ganas de reír en el momento más serio.
De drang om te lachen overviel hem op het meest serieuze moment.
03
ondernemen, aangaan
empezar o emprender una tarea, proyecto o acción con decisión y esfuerzo
Voorbeelden
El ayuntamiento acometerá las obras de asfaltado en primavera.
De gemeenteraad zal de asfalteringswerken in het voorjaar aanpakken.



























