Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to buck up
[phrase form: buck]
01
opbeuren, aanmoedigen
to encourage someone when they are sad or discouraged
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
buck
tegenwoordige tijd
buck up
3e persoon enkelvoud
bucks up
onvoltooid deelwoord
bucking up
onvoltooid verleden tijd
bucked up
voltooid deelwoord
bucked up
Voorbeelden
His positive attitude always manages to buck up the entire group.
Zijn positieve houding weet altijd de hele groep op te beuren.
02
moed verzamelen, opmonteren
to find courage to face challenges and improve one's mood
Voorbeelden
The motivational speaker inspired everyone to buck up and pursue their goals.
De motiverende spreker inspireerde iedereen om moed te verzamelen en hun doelen na te jagen.
03
opbeuren, de stemming verbeteren
to bring improvement to a situation
Voorbeelden
Sometimes, a simple " you can do it " can buck up a person facing challenges.
Soms kan een simpele "je kunt het" iemand die uitdagingen tegenkomt opbeuren.
04
doorsturen, opsturen
to send a matter or problem to someone in charge to handle or make a decision
Voorbeelden
When faced with legal issues, it's common to buck them up to the legal department.
Bij juridische kwesties is het gebruikelijk om ze door te sturen naar de juridische afdeling.



























