Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Bucket
01
emmer, bak
a round open container, made of plastic or metal, with a handle used for keeping or carrying things
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
buckets
Voorbeelden
The old barn had a leaky roof, so they placed buckets underneath to catch the rainwater.
De oude schuur had een lekkend dak, dus plaatsten ze emmertjes eronder om het regenwater op te vangen.
1.1
emmer, gietertje
the contents or the amount within a typically large container with a wide opening and a handle often used for carrying liquids
Voorbeelden
He poured a bucket of ice over his head to cool off on a hot summer day.
Hij goot een emmer ijs over zijn hoofd om af te koelen op een warme zomerdag.
to bucket
01
vervoeren in een emmer, dragen in een emmer
carry in a bucket
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bucket
3e persoon enkelvoud
buckets
onvoltooid deelwoord
bucketing
onvoltooid verleden tijd
bucketed
voltooid deelwoord
bucketed
02
in een emmer doen, in een emmer gieten
put into a bucket



























