Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Bridle
01
hoofdstel, toom
a device placed on a horse's head, used by a rider to guide and control the horse's movements
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
bridles
Voorbeelden
The rider adjusted the bridle carefully before mounting the horse for their ride.
De ruiter stelde het hoofdstel zorgvuldig bij voordat hij op het paard steeg voor hun rit.
02
toom, bedwang
an act of restraining oneself or holding back
Voorbeelden
Despite his anger, he maintained a tight bridle on his temper during the heated argument.
Ondanks zijn woede hield hij een strakke teugel aan zijn temperament tijdens het verhitte debat.
to bridle
01
in toom houden, beweging aanpassen
(of a horse) to react or adjust movement in response to pressure from the reins
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
bridle
3e persoon enkelvoud
bridles
onvoltooid deelwoord
bridling
onvoltooid verleden tijd
bridled
voltooid deelwoord
bridled
Voorbeelden
The horse bridled smoothly as the rider shifted direction.
Het paard toomde zich soepel toen de ruiter van richting veranderde.
02
beteugelen, een hoofdstel aanbrengen
to equip a horse with headgear that includes reins and a bit, allowing the rider to guide or control it
Voorbeelden
He bridles the horse before heading out to the trail.
Hij toomt het paard in voordat hij naar het pad vertrekt.
03
Hij verzette zich tegen de beschuldiging, zijn gezicht kleurde rood.
to show sudden, and often visible, resentment
Voorbeelden
He bridled at the accusation, his face flushing.
Hij verzette zich tegen de beschuldiging, zijn gezicht kleurde rood.



























