to brandish
bran
ˈbræn
brān
dish
dɪʃ
dish
brackishbrainishbrattish

Definitie en betekenis van "brandish"in het Engels

to brandish
01

zwaaien, zwenken

to wave something, especially a weapon, in a threatening or aggressive way 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
brandish
3e persoon enkelvoud
brandishes
onvoltooid deelwoord
brandishing
onvoltooid verleden tijd
brandished
voltooid deelwoord
brandished
Voorbeelden
He brandished a knife at them, eyes blazing with fury. 

Hij zwaaide een mes naar hen, de ogen gloeiden van woede.

02

pronken met, ten toon spreiden

to display a trait, skill, or object in a boastful manner 
Voorbeelden
She brandishes her intellect during the debate. 

Ze pronkt met haar intellect tijdens het debat.

01

zwaaien, dreigend gebaar

the act of waving something, typically a weapon, in a showy or threatening way 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
brandishes
Voorbeelden
His brandish of the sword silenced the crowd. 

Zijn zwaaien met het zwaard bracht de menigte tot stilte.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store