to wink
Pronunciation
/ˈwɪŋk/

Definitie en betekenis van "wink"in het Engels

to wink
01

knipogen, een oogje dichtknijpen

to quickly open and close one eye as a sign of affection or to indicate something is a secret or a joke
Intransitive
to wink definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
wink
3e persoon enkelvoud
winks
onvoltooid deelwoord
winking
onvoltooid verleden tijd
winked
voltooid deelwoord
winked
Voorbeelden
The teacher winked at the student who had given the correct answer.
De leraar knipoogde naar de student die het juiste antwoord had gegeven.
02

knipogen, knipperen

to close and open both eyelids quickly
Intransitive
to wink definition and meaning
Voorbeelden
He winked as the pollen from the flowers made his eyes water.
Hij knipperde met zijn ogen toen het stuifmeel van de bloemen zijn ogen deed tranen.
03

knipperen, flitsen

to shine or flash on and off in a quick, intermittent manner
Intransitive
Voorbeelden
The lighthouse ’s beacon winked across the dark ocean.
De baken van de vuurtoren knipperde over de donkere oceaan.
01

knipoog, oogknip

the act of closing and opening one eye quickly, usually once
wink definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
winks
Voorbeelden
She responded with a wink and a smile.
Ze antwoordde met een knipoog en een glimlach.
02

knipoog, ogenblik

a brief moment
Voorbeelden
He grabbed the last cookie in a wink, leaving none for the others.
Hij greep het laatste koekje in een wenk, waardoor er geen overbleef voor de anderen.
03

knipperen, knipoog

a reflexive movement of the eyes closing and opening rapidly
Voorbeelden
The doctor noted a frequent wink during the examination.
De arts merkte een frequent knipperen op tijdens het onderzoek.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store