Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to provoke
01
uitlokken, oproepen
to give rise to a certain reaction or feeling, particularly suddenly
Transitive: to provoke a reaction or feeling
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
provoke
3e persoon enkelvoud
provokes
onvoltooid deelwoord
provoking
onvoltooid verleden tijd
provoked
voltooid deelwoord
provoked
Voorbeelden
The unexpected news had the power to provoke a range of emotions, from surprise to disbelief.
Het onverwachte nieuws had de kracht om een scala aan emoties op te wekken, van verrassing tot ongeloof.
02
uitlokken, stimuleren
to intentionally stimulate or encourage someone's thoughts, actions, or emotions
Transitive: to provoke thoughts or intellect
Voorbeelden
The teacher used thought-provoking questions to provoke critical thinking and discussion.
De leraar gebruikte thought-provoking vragen om kritisch denken en discussie uit te lokken.
03
uitdagen, ergeren
to intentionally annoy someone so that they become angry
Transitive: to provoke sb
Voorbeelden
His sarcastic remarks were meant to provoke his sister, but she remained unfazed.
Zijn sarcastische opmerkingen waren bedoeld om zijn zus te provoceren, maar ze bleef onverstoorbaar.
Lexicale Boom
provoked
provoker
provoking
provoke



























