Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pour
01
gieten
to make a container's liquid flow out of it
Transitive: to pour a liquid | to pour a liquid somewhere
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pour
3e persoon enkelvoud
pours
onvoltooid deelwoord
pouring
onvoltooid verleden tijd
poured
voltooid deelwoord
poured
Voorbeelden
She poured milk into her cereal bowl for breakfast.
Ze goot melk in haar ontbijtkom met granen.
02
gieten, stortregenen
to rain heavily and in a large amount
Intransitive
Voorbeelden
It started to pour just as we left the house, drenching us completely.
Het begon heet te storten net toen we het huis verlieten, waardoor we volledig doorweekt raakten.
03
stromen, gieten
to move quickly in a continuous, steady flow
Intransitive: to pour somewhere
Voorbeelden
Water poured from the faucet into the sink.
Water stroomde uit de kraan in de gootsteen.
04
gieten, stromen
to move continuously and in large numbers
Intransitive: to pour somewhere
Voorbeelden
People poured into the theater to see the opening show.
Mensen stroomden het theater binnen om de openingsshow te zien.
05
gieten, uitstorten
to give or produce something in large amounts
Transitive: to pour a resource into sth
Voorbeelden
She poured love and care into raising her children.
Ze got liefde en zorg in het opvoeden van haar kinderen.
Lexicale Boom
pourable
pouring
pour



























