Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pour
01
gieten
to make a container's liquid flow out of it
Transitive: to pour a liquid | to pour a liquid somewhere
Voorbeelden
The bartender poured a drink for the customer.
De barman schonk een drankje in voor de klant.
02
gieten, stortregenen
to rain heavily and in a large amount
Intransitive
Voorbeelden
The rain began to pour, turning the streets into rivers.
De regen begon met bakken uit de hemel te vallen, waardoor de straten in rivieren veranderden.
03
stromen, gieten
to move quickly in a continuous, steady flow
Intransitive: to pour somewhere
Voorbeelden
The river poured over the rocks, creating small waterfalls.
De rivier stroomde over de rotsen, waardoor kleine watervallen ontstonden.
04
gieten, stromen
to move continuously and in large numbers
Intransitive: to pour somewhere
Voorbeelden
Fans poured through the gates as the concert began.
Fans stroomden door de poorten toen het concert begon.
05
gieten, uitstorten
to give or produce something in large amounts
Transitive: to pour a resource into sth
Voorbeelden
She poured all her energy into preparing for the competition.
Ze stak al haar energie in de voorbereiding op de wedstrijd.
Lexicale Boom
pourable
pouring
pour



























