Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le règne
01
regering, heerschappij
période pendant laquelle un roi, une reine ou un souverain exerce son pouvoir
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
règnes
Voorbeelden
Le règne de Louis XIV a duré plus de 70 ans.
De regering van Lodewijk XIV duurde meer dan 70 jaar.
02
invloed, macht
influence, pouvoir ou autorité exercée par quelqu'un ou quelque chose
Voorbeelden
Le règne de la mode sur la jeunesse est important.
De heerschappij van de mode over de jeugd is belangrijk.
03
heerschappij, dominantie
domination, autorité ou contrôle exercé sur un territoire , un peuple ou une sphère
Voorbeelden
Le règne de l'empire romain s'étendait sur plusieurs continents.
De heerschappij van het Romeinse Rijk strekte zich uit over verschillende continenten.
04
rijk, koninkrijk
plus haut niveau de classification des êtres vivants, regroupant de larges catégories comme animaux, plantes, champignons, etc.
Voorbeelden
Le règne animal comprend tous les animaux.
Het dierenrijk omvat alle dieren.



























