Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dérailler
01
ontsporen, afwijken van de norm
sortir de la voie ou dévier de la norme
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
déraille
1e persoon meervoud
déraillons
1e persoon toekomende tijd
déraillerai
onvoltooid deelwoord
déraillant
voltooid deelwoord
déraillé
1e persoon meervoud imperfectum
déraillions
Voorbeelden
Le projet a déraillé aprÚs plusieurs erreurs de management.
Het project is ontspoord na verschillende managementfouten.
02
zijn verstand verliezen, onredelijk handelen
perdre la raison ou agir de maniĂšre irrationnelle
Voorbeelden
Il déraille en parlant de ses théories étranges.
Verliest zijn verstand als hij over zijn vreemde theorieën praat.
03
storing hebben, niet goed functioneren
ne pas fonctionner correctement, ĂȘtre dĂ©fectueux
Voorbeelden
Le projet a déraillé à cause d' un manque de planification.
Het project ontspoorde door een gebrek aan planning.



























