déraper
01
uitglijden, wegglijden
glisser de manière incontrôlée
Voorbeelden
Elle a dérapé dans l' escalier en cire.
Ze is uitgegleden op de gewaxte trap.
02
afglijden naar chaos, uitglijden naar mislukking
dérapage progressif vers le chaos ou l'échec
Voorbeelden
La fête estudiantine a dérapé en émeute.
Het studentenfeest liep uit de hand en veranderde in een rel.



























