apprivoiser
apprivoiser
apʁivwɑze
aprivvaaze

Definitie en betekenis van "apprivoiser"in het Frans

apprivoiser
01

temmen, africhten

rendre un animal moins sauvage, habituer un animal à la présence humaine 
apprivoiser definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
apprivoise
1e persoon meervoud
apprivoisons
1e persoon toekomende tijd
apprivoiserai
onvoltooid deelwoord
apprivoisant
voltooid deelwoord
apprivoisé
1e persoon meervoud imperfectum
apprivoisions
Voorbeelden
Il a réussi à apprivoiser un jeune renard. 

Hij slaagde erin een jonge vos te temmen.

02

beheersen, controleren

endre quelque chose de difficile à gérer plus facile à contrôler 
apprivoiser definition and meaning
Voorbeelden
Il a appris à apprivoiser sa colère avec le temps. 

Hij leerde met de tijd zijn woede te temmen.

03

kalmeren, bedaren

calmer quelqu'un ou quelque chose, rendre plus tranquille 
apprivoiser definition and meaning
Voorbeelden
La mère a réussi à apprivoiser le bébé qui pleurait. 

De moeder slaagde erin de huilende baby te kalmeren.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store