Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
L'amour
01
genegenheid, liefde
passion ou attachement pour quelque chose ou quelqu'un, sans connotation romantique
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
amours
Voorbeelden
Il a un grand amour pour la musique.
Hij heeft een grote liefde voor muziek.
02
liefde, verliefdheid
attirance ou désir romantique pour quelqu'un
Voorbeelden
Ils vivent une histoire d'amour passionnée.
Ze leven een gepassioneerd liefdesverhaal.
03
geliefde, beminde
personne pour laquelle on ressent de l'affection ou de l'amour romantique
Voorbeelden
J'ai oublié des amours de jeunesse.
Ik heb liefdes van mijn jeugd vergeten.
04
liefde, genegenheid
sentiment intense d'affection et d'attachement envers quelqu'un
Voorbeelden
Leur amour dure depuis dix ans.
Hun liefde duurt al tien jaar.
05
paring, voortplanting
action de se reproduire ou de s'accoupler chez les animaux
Voorbeelden
Les canards se livrent à des rituels avant l'amour.
Eenden houden zich bezig met rituelen voor de liefde.



























