Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to invoke
01
oproepen, aanroepen
to call forth or summon a spirit, often through magical words, rituals, or incantations
Transitive: to invoke a spirit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
invoke
3e persoon enkelvoud
invokes
onvoltooid deelwoord
invoking
onvoltooid verleden tijd
invoked
voltooid deelwoord
invoked
Voorbeelden
The witch invoked the spirit of the ancient forest with a chant under the full moon.
De heks riep de geest van het oude bos op met een gezang onder de volle maan.
02
aanhalen, een beroep doen op
to mention someone or something of prominence as a support or reason for an argument or action
Transitive: to invoke sth
Voorbeelden
She invoked the words of Gandhi to inspire her audience during the speech.
Ze riep de woorden van Gandhi aan om haar publiek te inspireren tijdens de toespraak.
03
aanroepen, smeken
to urgently or fervently ask or call for something
Transitive: to invoke sth
Voorbeelden
The community invoked the government’s help after the devastating flood.
De gemeenschap riep de hulp van de regering in na de verwoestende overstroming.
04
oproepen, veroorzaken
to bring about or cause something to happen
Transitive: to invoke sth
Voorbeelden
The speech invoked strong emotions in the crowd, leading to spontaneous applause.
De toespraak riep sterke emoties op bij de menigte, wat leidde tot spontaan applaus.



























