Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Fissure
01
spleet, scheur
(in geology) a narrow break or crack that partially divides a rock or surface without completely separating it
Voorbeelden
A network of small fissures had begun to appear in the aging concrete foundation.
Een netwerk van kleine scheuren was begonnen te verschijnen in de verouderde betonnen fundering.
02
fissuur, spleet
(in anatomy) a deep groove between parts of an organ or bodily structure
Voorbeelden
Ultrasound imaging revealed a fissure separating part of the liver, likely resulting from previous abdominal trauma.
Echografie toonde een fissuur die een deel van de lever scheidt, waarschijnlijk het gevolg van eerder buiktrauma.
03
een scheur, een breuk
a separation between people caused by conflicting beliefs or interests
Voorbeelden
A single misstep in negotiations formed an unbridgeable fissure in the alliance.
Een enkele misstap in de onderhandelingen vormde een onoverbrugbare breuk in de alliantie.
to fissure
01
barsten, scheuren
to develop long, thin cracks across a surface under pressure or environmental forces
Voorbeelden
When the cliff face was struck by lightning, it fissured dramatically.
Toen de klifwand door de bliksem werd getroffen, scheurde hij dramatisch.
Lexicale Boom
fissure
fiss



























