Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to carry over
01
voortzetten, overbrengen
to continue or move from one situation to the next
Intransitive: to carry over to another situation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
over
basiswerkwoord
carry
tegenwoordige tijd
carry over
3e persoon enkelvoud
carries over
onvoltooid deelwoord
carrying over
onvoltooid verleden tijd
carried over
voltooid deelwoord
carried over
Voorbeelden
The team's camaraderie carried over from the sports field to the workplace.
De kameraadschap van het team ging over van het sportveld naar de werkplek.
02
uitstellen, overdragen
to move something from one time to another
Transitive: to carry over an activity point in time
Voorbeelden
They decided to carry over the meeting to the following week.
Ze besloten de vergadering naar de volgende week te verplaatsen.
03
vervoeren, overbrengen
to take something from one location to another
Transitive: to carry over sth | to carry over sth somewhere
Voorbeelden
The truck carried over the construction materials to the building site.
De vrachtwagen vervoerde de bouwmaterialen naar de bouwplaats.
04
uitstellen, bewaren
to keep unsold goods aside to sell in the upcoming season
Transitive: to carry over unsold goods
Voorbeelden
The decision to carry over the inventory proved beneficial during the holiday sales.
Het besluit om de voorraad over te dragen bleek gunstig te zijn tijdens de vakantieverkoop.



























