Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
vlecht, geweven haar
a hairstyle created by interweaving three or more strands of hair into a patterned structure
Dialect
American
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
braids
Voorbeelden
She wore her long hair in a single braid down her back.
Ze droeg haar lange haar in een enkele vlecht over haar rug.
02
galon, boordsel
a decorative trim made from interwoven strands of thread or yarn, often used to embellish garments, cushions, or window treatments
Voorbeelden
The velvet jacket featured gold braid along the cuffs and collar.
Het fluwelen jasje had een gouden boordsel langs de manchetten en de kraag.
to braid
01
vlechten, invlechten
to twist two or three strands of hair in a way that forms a single intertwined piece
Dialect
American
Transitive: to braid hair
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
braid
3e persoon enkelvoud
braids
onvoltooid deelwoord
braiding
onvoltooid verleden tijd
braided
voltooid deelwoord
braided
Voorbeelden
She braided her hair into a stylish side braid.
Ze vlocht haar haar in een stijlvolle zijvlecht.
02
vlechten, weven
to create something by intertwining multiple strands together in a woven pattern
Transitive: to braid strands of a material
Voorbeelden
The skilled weaver braided cotton threads into intricate patterns.
De bekwame wever vlocht katoenen draden tot ingewikkelde patronen.
03
afzetten, versieren
to adorn the edges or seams of a garment with a decorative strip of material
Transitive: to braid part of a garment
Voorbeelden
She decided to braid the hem of her denim jacket with a colorful embroidered braid.
Ze besloot de zoom van haar denimjas te vlechten met een kleurrijk geborduurd vlechtwerk.



























