piece
piece
pi:s
pis
/piːs/

Definitie en betekenis van "piece"in het Engels

01

stuk, deel

a part of an object, broken or cut from a larger one
piece definition and meaning
Voorbeelden
He collected pieces of driftwood from the beach, planning to create a unique sculpture.
Hij verzamelde stukken drijfhout van het strand, met het plan om een uniek beeldhouwwerk te maken.
02

stuk, deel

an individual part used to build or create something
piece definition and meaning
Voorbeelden
The engineer examined each intricate piece of the machine to ensure it was functioning correctly.
De ingenieur onderzocht elk ingewikkeld onderdeel van de machine om ervoor te zorgen dat deze correct functioneerde.
03

pistool, wapen

a portable firearm
piece definition and meaning
04

werk, stuk

a work of art with artistic value
piece definition and meaning
Voorbeelden
He admired the piece for its intricate detail.
Hij bewonderde het werk om zijn ingewikkelde details.
05

stuk, pion

one of the small objects that a player moves around in board games
piece definition and meaning
Voorbeelden
He accidentally knocked over his game piece while reaching for the dice.
Hij stootte per ongeluk zijn speelstuk om terwijl hij naar de dobbelstenen reikte.
06

artikel, reportage

an article or segment in a broadcast or publication
piece definition and meaning
Voorbeelden
A short piece aired on the radio this morning.
Een kort artikel werd vanmorgen op de radio uitgezonden.
07

werk, stuk

a musical work
Voorbeelden
The orchestra rehearsed the piece for hours.
Het orkest repeteerde het stuk urenlang.
08

stuk, deel

an instance or occurrence of something
Voorbeelden
This is a piece of evidence in the case.
Dit is een stuk bewijs in de zaak.
09

werk, creatie

a work of art or literature created for expression or presentation
10

een stuk, een afstand

a measurable distance
Voorbeelden
A piece of the journey was uphill.
Een stuk van de reis was bergopwaarts.
11

stuk, portie

a portion cut from a larger whole for serving
Voorbeelden
A piece of cheese was added to the platter.
Een stuk kaas werd toegevoegd aan het bord.
12

een poosje, een moment

a period of time, usually short, marked by an event or condition
Voorbeelden
She rested a piece after the long walk.
Ze rustte even uit na de lange wandeling.
to piece
01

in elkaar zetten, verbinden

to join or fit broken or separate fragments together
Voorbeelden
The artisan pieced the fragments of pottery.
De ambachtsman voegde de scherven van aardewerk samen.
02

knagen, peuzelen

to eat in small bites
Voorbeelden
She pieced at her lunch while reading.
Ze peuzelde aan haar lunch terwijl ze las.
03

verbinden, samenvoegen

to join fibers together during spinning or weaving
Voorbeelden
She carefully pieced the wool while spinning.
Ze heeft de wol zorgvuldig samengevoegd tijdens het spinnen.
04

in elkaar zetten, monteren

to assemble by combining separate components or elements into a functional or complete whole
Voorbeelden
He pieced a collage from magazine clippings.
Hij stelde een collage samen uit tijdschriftknipsels.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store