Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pant
01
hijgen, snel ademen
to breathe quickly and loudly, often due to excitement, exertion, or energetic activity
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
pant
3e persoon enkelvoud
pants
onvoltooid deelwoord
panting
onvoltooid verleden tijd
panted
voltooid deelwoord
panted
Voorbeelden
She started to pant after climbing the steep hill.
Ze begon te hijgen na het beklimmen van de steile heuvel.
02
hijgen, ademloos spreken
to speak in a quick, breathless manner, often due to exertion, excitement, or anxiety
Transitive: to pant sth
Voorbeelden
He panted the words of apology, unable to fully catch his breath after the sprint.
Hij hijgde de woorden van verontschuldiging, niet in staat om volledig op adem te komen na de sprint.
01
hijgen, korte ademhaling
a short, quick, and labored intake of breath
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
pants
02
fluit, puf
the noise made by a short puff of steam (as from an engine)
Lexicale Boom
panting
pant



























