Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
only
Voorbeelden
He speaks only Spanish.
Hij spreekt alleen Spaans.
Voorbeelden
The book contains only the essential information required for the exam.
Het boek bevat alleen de essentiële informatie die nodig is voor het examen.
03
alleen
used to indicate that despite previous efforts or events, the final outcome is inevitable or contrary
Voorbeelden
They won several battles, only to lose the war in the end.
Ze wonnen verschillende veldslagen, om uiteindelijk de oorlog te verliezen.
04
alleen, slechts
used to introduce a restriction, exception, or limitation to what has been stated
Voorbeelden
She agreed to join us, only she had to leave early.
Ze stemde ermee in om zich bij ons aan te sluiten, alleen moest ze vroeg vertrekken.
05
alleen, slechts
used to indicate that something is leading to a negative outcome
Voorbeelden
Ignoring the problem will only make it worse.
Het probleem negeren zal het alleen maar erger maken.
01
enige, alleen
without another thing or person existing in the same category
Voorbeelden
She was the only student in the class who scored a perfect grade on the test.
Ze was de enige leerling in de klas die een perfect cijfer haalde voor de test.
02
enige, weergaloos
unrivaled and singular in excellence or quality, leaving no room for competition
Voorbeelden
Among all the candidates, she was the only person for the job.
Van alle kandidaten was zij de enige persoon voor de baan.
03
enige, slechts
referring to one among a very limited number
Voorbeelden
She found one of the only remaining copies of the first edition.
Ze vond een van de enige overgebleven exemplaren van de eerste editie.



























