discardeddisguise
van 34
discardeddisguise
discarded[adj]

weggegooid,verworpen

discase[v]

zich uitkleden,kleren uittrekken

discern[v]

onderscheiden,herkennen

discernible[adj]

waarneembaar,zichtbaar

discernibly[adv]

waarneembaar,zichtbaar

discerning[adj]

oordeelkundig,inzichtelijk

discharge[n][v]

ontlading,vrijgave • vervullen,voltooien

disciple[n]

leerling, volgeling

disciplinary[adj]

disciplinair,gespecialiseerd

discipline[v][n]

disciplineren,opvoeden • zelfdiscipline,persoonlijke discipline

disciplined[adj]

gedisciplineerd,regelgetrouw

disclaim[v]

ontkennen,verantwoordelijkheid ontkennen

disclose[v]

onthullen,openbaren

disclosed[adj]

geopenbaard,onthuld

disclosure[n]

openbaarmaking,onthulling

disco[n][v]

disco,nachtclub • disco dansen,discoën

disco fries[n]

disco friet,disco patat

disco music[n]

discomuziek,discotheekmuziek

disco polo[n]

disco polo,een populair dansmuziekgenre uit Polen met pakkende melodieën, vrolijke ritmes en dansbare beats, vaak met Poolse teksten en een mix van elektronische en traditionele instrumentatie

discography[n]

discografie,lijst van opnames

discolor[v]

verkleuren,kleur verliezen

discombobulate[v]

in verwarring brengen,desoriënteren

discomfit[v]

in verlegenheid brengen,ongemakkelijk maken

discomfiture[n]

verlegenheid,ongemak

discomfort[n]

ongemak,onbehagen

disconcert[v]

ontstellen,verontrusten

disconcerting[adj]

verontrustend,verwarrend

disconfirm[v]

weerleggen,ontkrachten

disconfirming[adj]

niet bevestigend,weerleggend

disconnect[v][n]

ontkoppelen,loskoppelen • onderbreking,onenigheid

disconnected[adj]

losgekoppeld,onsamenhangend

disconsolate[adj]

ontroostbaar,zeer verdrietig

disconsolately[adv]

troosteloos, onvertroostbaar

discontent[n][v][adj]

ontevredenheid • ontevreden maken,ontevreden stellen • ontevreden,onvoldaan

discontented[adj]

ontevreden,onvoldaan

discontinuance[n]

stopzetting,beëindiging

discontinue[v]

stoppen,beëindigen

discord[n][v]

discord,conflict • verschillen,niet overeenstemmen

discordant[adj]

discordant,tegenstrijdig

discotheque[n]

discotheek

discount[v][n]

negeren,verwerpen • korting,reductie

discountenance[v]

afkeuren,veroordelen

discourage[v]

ontmoedigen,demoraliseren

discouraged[adj]

ontmoedigd,gedemoraliseerd

discouraging[adj]

ontmoedigend,demoraliserend

discourse[n][v]

discours,gestructureerde uitwisseling • uitweiden,betogen

discourse analysis[n]

discoursanalyse,discoursstudie

discourse marker[n]

discoursmarker,discoursindicator

discourteous[adj]

onbeleefd,respectloos

discourteously[adv]

onbeleefd,op een onbeleefde manier

discover[v]

ontdekken,verkennen

discovered[adj]

ontdekt,onthuld

discovered attack[n]

ontdekte aanval

discovered check[n]

ontdekt schaak,open schaak

discoverer[n]

ontdekker, verkenner

discovery[n]

ontdekking,vondst

discredit[v][n]

in diskrediet brengen,beschamen • diskrediet,verlies van aanzien

discreditably[adv]

schandelijk,op een manier die respect verliest

discreet[adj]

discreet,voorzichtig

discreetly[adv]

discreet,voorzichtig

discrepancy[n]

discrepantie,verschil

discrepant[adj]

afwijkend,onverenigbaar

discrete[adj]

discreet,afzonderlijk

discretely[adv]

afzonderlijk,individueel

discretion[n]

discretie,beslissingsbevoegdheid

discretion is the better part of valor[sentence]
discriminate[v][adj]

onderscheiden,discrimineren • onderscheidend,in staat om fijne onderscheidingen te zien of te maken

discriminating[adj]

onderscheidend,met goede smaak

discrimination[n]

discriminatie,segregatie

discriminatory[adj]
discursive[adj]

discursief,ongeordend

discursiveness[n]

discursiviteit,sprongsgewijze overgang

discus[n]

discus,werpschijf

discus throw[n]

discuswerpen,discusworp

discuss[v]

bespreken,discussiëren

discussion[n]

discussie

disdain[n][v]

minachting,verachting • minachten,verachten

disdainful[adj]

minachtend,verachtelijk

disease[n]

ziekte,aandoening

disease control[n]
diseased[adj]

ziek,aangetast door een ziekte

disembark[v]
disembodied[adj]

lichaamloos,immaterieel

disenchanted[adj]

ontgoocheld,gedesillusioneerd

disencumber[v]

ontlasten,bevrijden

disenfranchise[v]

het stemrecht ontnemen,ontnemen van het recht om te stemmen

disenfranchisement[n]

intrekking van certificering,beëindiging van franchise

disengage[v]

ontkoppelen,losmaken

disengaged[adj]

niet betrokken,oninteressant

disentangle[v]

ontwarren,uit de knoop halen

disentanglement puzzle[n]

ontwarringspuzzel,splitsingsspel

disfavor[n][v]

afkeuring,ongunst • benadelen,schaden

disfigure[v]

verminken,mutileren

disforestation[n]

ontbossing,kap van bomen

disgorge[v]

braken,overgeven

disgrace[n][v]

schande,oneer • te schande maken,onteren

disgraceful[adj]

schandelijk, schandalig

disgracefully[adv]

schandelijk,op een schandalige manier

disgruntled[adj]

ontevreden,gefrustreerd

disguise[n][v]

vermomming,verkleeding • verkleden,vermommen

LanGeek
Download de App