demolitiondepartment of history
van 34
demolitiondepartment of history
demolition[n]

sloop,vernietiging

demon[n]

demon,kwade geest

demonetize[v]

demonetiseren,ongeldig verklaren voor transacties

demonic[adj]

demonisch,duivels

demonstrable[adj]

aantoonbaar,duidelijk

demonstrably[adv]

aantoonbaar,op een aantoonbare manier

demonstrate[v]

aantonen,bewijzen

demonstration[n]

demonstratie, betoging

demonstrative[n][adj]

aanwijzend voornaamwoord,demonstratief voornaamwoord • demonstratief,expressief

demonstrative adjective[n]

aanwijzend bijvoeglijk naamwoord,demonstratief bijvoeglijk naamwoord

demonstrative determiner[n]

aanwijzend bepaald lidwoord,aanwijzend bijvoeglijk naamwoord

demonstrative pronoun[n]

aanwijzend voornaamwoord,demonstratief voornaamwoord

demonstrator[n]

demonstrator,presentator

demoralize[v]

demoraliseren,ontmoedigen

demoralized[adj]

gedemoraliseerd,ontmoedigd

demoralizing[adj]

demoraliserend

demote[v]

degraderen,lager plaatsen

demotic[n][adj]

demotisch,demotisch Grieks • demotisch,alledaags

demotion[n]

degradatie,terugzetting

demotivate[v]

demotiveren,ontmoedigen

demountable copy[n]

demonteerbare kopie,demonteerbaar verkeersbord

demulcent[n][adj]

demulcent,verzachtend middel • verzachtend,beschermend

demur[v][n]

bezwaar maken,aarzelen • verweer,exceptie

demure[adj]

ingetogen,bescheiden

demurrage[n]

demurrage,liggeld

demy octavo[n]

demi octavo,demi octavo formaat

den[n]

hol, schuilplaats

den den daiko[n]

den den daiko,een traditioneel Japans speelgoed gemaakt van bamboe en papier, in de vorm van een klepper, en wanneer heen en weer gezwaaid, creëert het een klepperend geluid, vaak gebruikt door kinderen tijdens zomerfestivals of als lawaaimaker

denary[adj]

denair,bestaande uit tien delen

dendrite[n]
dendritic cell[n]

dendritische cel,antigeenpresenterende cel

dendroctonus rufipennis[n]

rode dennenscheer,sparrencambiumkever

dendroid[adj]

dendroid,boomachtig

dendrology[n]

dendrologie

dengue fever[n]

knokkelkoorts,dengue

denial[n]

weigering,ontkenning

denigrate[v]

denigreren,kleineren

denim[n][adj]

denim,spijkerstof • denimblauw,denimkleur

denizen[n]

bewoner,inwoner

denmark[n]

Denemarken

denominate[v]

benoemen,noemen

denomination[n]

benaming,aanduiding

denominator[n]
denotation[n]

denotatie,objectieve betekenis

denote[v]

aanduiden,betekenen

denouement[n]

ontknoping,oplossing

denounce[v]

veroordelen,afkeuren

dense[adj]

dicht,dichtbevolkt

densely[adv]

dicht,op een dichte manier

denseness[n]

mentale traagheid,mentale dichtheid

densitometry[n]

densitometrie,dichtheidsmeting

density[n]

dichtheid,concentratie

dent[v][n]

een deuk maken,indrukken • vermindering,afname

dental[adj][n]

tandheelkundig,dentale • dentaal,dentale medeklinker

dental admission test[n]

Toelatingstest Tandheelkunde,Toelatingsexamen voor de Tandheelkundeschool

dental anesthesiology[n]

tandheelkundige anesthesiologie

dental assistant[n]

tandartsassistent,assistent van de tandarts

dental burnisher[n]

tandpolijster,dental burnisher

dental care[n]

tandverzorging,mondhygiëne

dental caries[n]

tandbederf,cariës

dental composite[n]

dentale composiet,tandkleurig composiethars

dental consonant[n]

dentale medeklinker,dentaal geluid

dental drill[n]

tandartsboor,dentale boor

dental floss[n]

tandzijde,flosdraad

dental hygienist[n]

mondhygiënist,tandheelkundig preventieassistent

dental implant[n]

tandimplantaat

dental nurse[n]

tandartsassistent,mondhygiënist

dental orthopaedics[n]

dentale orthopedie,orthodontie

dental orthopedics[n]

dentale orthopedie,orthodontie

dental plate[n]

tandplaat,gebit

dental public health[n]

mondiale volksgezondheid,gemeenschappelijke mondgezondheid

dental record[n]

tandheelkundig dossier,gebitsoverzicht

dental scaler[n]

tandsteenverwijderaar,dentale scaler

dental school[n]

tandheelkundige school,faculteit tandheelkunde

dental surgeon[n]
dental water jet[n]

tandwaterstraal,monddouche

dented[adj]

deuk,ingedeukt

dentifrice[n]

tandpasta

dentil[n]

tandje,versiering in de vorm van een tand

dentin[n]

dentine,tandbeen

dentist[n]

tandarts,dentist

dentistry[n]

tandheelkunde, odontologie

denture[n]

kunstgebit,gebitprothese

denude[v]

ontbloten,kaal maken

denunciation[n]

veroordeling

deny[v]

ontkennen,weigeren

deny knowledge[phrase]
deodorant[n]

deodorant

deodorize[v]

ontgeuren,geuren neutraliseren

deodourant[n]

deodorant,anti-transpirant

depart[v]

vertrekken

departed[n][adj]

overledene,gestorvene • overleden,gestorven

department[n]

afdeling

department of anthropology[n]

Afdeling Antropologie,Sectie Antropologie

department of biology[n]

Afdeling biologie,Faculteit biologie

department of chemistry[n]

Afdeling Scheikunde,Faculteit der Scheikunde

department of computer science[n]

Afdeling Computerwetenschappen,Faculteit Informatica

department of economics[n]

Afdeling Economie,Faculteit der Economische Wetenschappen

department of english[n]

Afdeling Engels,Sectie Engels

department of history[n]

Afdeling Geschiedenis,Faculteit der Geschiedenis

LanGeek
Download de App