disgustdispersed
van 34
disgustdispersed
disgust[n][v]

walging,afschuw • walgen,tegenstaan

disgusted[adj]

walgend,misselijk

disgustful[adj]

walgelijk,weerzinwekkend

disgusting[adj]

walgelijk,weerzinwekkend

disgustingly[adv]

walgelijk,weerzinwekkend

dish[n][v]

schotel,bakvorm • hol maken,een schotelvorm geven

dish pan[n]

afwasbak,afwasteil

dish rack[n]

afdruiprek,vaatrek

dish soap[n]

afwasmiddel,vaatwasmiddel

dish towel[n]

afwasdoek,theedoek

dish washer[n]

afwasmachine,vaatwasser

disharmonious[adj]

onharmonisch, wanklank

disharmony[n]

onenigheid,discordantie

dishearten[v]

ontmoedigen,demoraliseren

disheartened[adj]

ontmoedigd,gedemoraliseerd

disheartening[adj]

ontmoedigend,demoraliserend

disheveled[adj]

verward,slordig

dishonest[adj]

oneerlijk,bedrieglijk

dishonestly[adv]

oneerlijk,op een bedrieglijke manier

dishonesty[n]

oneerlijkheid

dishonor[v][n]

onteeren,schande brengen over • oneer,schande

dishonorable[adj]

oneervol,schandelijk

dishonorably[adv]

oneervol,op een oneerlijke manier

dishtowel[n]

vaatdoek,afdroogdoek

dishware[n]

servies,tafelgerei

dishwasher[n]

afwasser,vaatwasser

dishwasher detergent[n]

afwasmachine detergent,vaatwasmiddel

dishwashing[n]

afwassen,vaat

dishwashing detergent[n]

afwasmiddel voor vaatwassers,vloeibaar afwasmiddel voor de vaatwasser

dishwashing liquid[n]

afwasmiddel,vaatwasmiddel

dishwashing machine[n]

afwasmachine,vaatwasser

dishy[adj]

aantrekkelijk,sexy

disillusion[n][v]

desillusie,ontnuchtering • desillusioneren,ontgoochelen

disillusioned[adj]

gedesillusioneerd,ontgoocheld

disincentive[n]

ontmoedigingsfactor,demotivator

disinclination[n]

tegenzin,gebrek aan bereidheid

disinclined[adj]

onwillig,niet geneigd

disinfect[v]

desinfecteren,steriliseren

disinfectant[n][adj]

ontsmettingsmiddel,antisepticum • desinfecterend,antiseptisch

disinfectant wipe[n]

desinfecterende doek,desinfecterende lap

disinfecting wipe[n]

desinfecterende doekje,ontsmettingsdoekje

disinformation[n]

desinformatie,misleidende informatie

disingenuous[adj]

oneerlijk,huichelachtig

disinherit[v]

ontwerpen,uitsluiten van erfenis

disintegrate[v]

desintegreren,uiteenvallen

disintegration[n]

desintegratie,ontbinding

disinter[v]

opgraven,exhumeren

disinterested[adj]

onpartijdig,desinteresserd

disinvest[v]

uitkleden,kleren uittrekken

disjointed[adj]

onsamenhangend,incoherent

disjunct[adj][n]

disjunct,gescheiden • disjunct,commentaaradverbium

disjunctive[adj]

disjunct,ongeverfd

disjunctive determiner[n]

disjunctieve bepaler,alternatieve bepaler

disk[n][v]

schijf,plaat • eggen,ploegen

disk drive[n]

schijfstation,harde schijf

disk jockey[n]

radiomaker,dj

diskette[n]

diskette,floppy disk

dislike[v][n]

niet leuk vinden,een hekel hebben aan • afkeer,weerzin

disliked[adj]

niet geliefd,veracht

dislocate[v]

ontwrichten,verplaatsen

dislocation[n]

desorganisatie,verstoring

dislodge[v]

verwijderen,losmaken

disloyal[adj]

ontrouw,verraderlijk

dismal[adj]

somber,treurig

dismally[adv]

somber,hopeloos

dismantle[v]

demonteren,uit elkaar halen

dismay[n][v]

ontsteltenis,wanhoop • ontstellen,verontrusten

dismayed[adj]

ontsteld,verbijsterd

dismaying[adj]

ontstellend,ontmoedigend

dismiss[v]

negeren,verwerpen

dismissal[n]

afwijzing,sepot

dismissive[adj]

minachtend, geringschattend

dismount[v][n]

afstijgen,van het paard afstijgen • afstappen,ontstijging

disobedience[n]

ongehoorzaamheid,weerbarstigheid

disobedient[adj]

ongehoorzaam,opstandig

disobey[v]

niet gehoorzamen,weigeren

disorder[n][v]

stoornis,ziekte • in de war brengen,verstoren

disordered[adj]

verward,in de war

disorderly[adj]

ongeordend,onzedelijk

disorderly conduct[n]

ordeverstoring,verstorend gedrag in het openbaar

disorganized[adj]

ongeorganiseerd,chaotisch

disorient[v]

desoriënteren,in verwarring brengen

disorientation[n]
disoriented[adj]

gedesoriënteerd,verward

disown[v]

verloochenen,verstoten

disparage[v]

kleineren,denigreren

disparate[adj]

verschillend,ongelijk

disparity[n]

verschil,ongelijkheid

dispassionate[adj]

onpartijdig,emotieloos

dispatch[v][n]
dispatcher[n]
dispel[v]

verdrijven,wegnemen

dispensary[n]

dispensarium,apotheek

dispensation[n]

vrijstelling,ontheffing

dispense[v]

verdelen,uitdelen

dispense with[v]

afzien van,stoppen met gebruiken

dispenser[n]

dispenser,verdelers

dispensing chemist[n]
disperse[v]

verspreiden,zich verspreiden

dispersed[adj]

verspreid,verdeeld

LanGeek
Download de App