angehen
Pronunciation
/ˈanˌɡeːən/

Definitie en betekenis van "angehen"in het Duits

angehen
01

beginnen, starten

Planmäßig starten
angehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Die Vorstellung geht pünktlich um 20 Uhr an, Verspätungen werden nicht eingelassen.
De voorstelling begint stipt om 20:00 uur; laatkomers worden niet toegelaten.
02

betreffen, aangaan

Jemanden oder etwas betreffen
angehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Diese Entscheidung geht alle Mitarbeiter an.
Deze beslissing gaat alle werknemers aan.
03

aanpakken, benaderen

Etwas aktiv bewältigen
angehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Sie ging die Renovierung Zimmer für Zimmer an.
Ze pakte de renovatie kamer voor kamer aan.
04

iemand aanspreken, iemand om iets vragen

Jemanden um etwas bitten
angehen definition and meaning
example
Voorbeelden
Ein Fremder ging mich im Bus um Kleingeld an.
Een vreemdeling benaderde me in de bus om kleingeld te vragen.
05

aanzetten, inschakelen

Aktiviert werden
example
Voorbeelden
Als der Strom zurückkam, gingen alle Straßenlaternen gleichzeitig an.
Toen de stroom terugkwam, gingen alle straatlantaarns tegelijkertijd aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store