Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
angeben
01
verklaren, aangeven
Etwas mitteilen oder sagen, besonders offiziell oder genau
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
sterk
scheidbaar
partikel
an
basiswerkwoord
geben
hulpwerkwoord
haben
1e persoon enkelvoud
gebe an
3e persoon enkelvoud
gibt an
onvoltooid deelwoord
angebend
onvoltooid verleden tijd
gab an
voltooid deelwoord
angegeben
Voorbeelden
Der Zeuge gab die genaue Uhrzeit des Unfalls an.
De getuige gaf de exacte tijd van het ongeval aan.



























