Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
actief, werkzaam
qui fait quelque chose, qui est en action
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus actif
vergrotende trap
plus actif
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
actif
mannelijk meervoud
actifs
vrouwelijk enkelvoud
active
vrouwelijk meervoud
actives
Voorbeelden
Il est très actif dans son travail.
Hij is erg actief in zijn werk.
02
effectief, doeltreffend
qui produit un effet ou atteint un résultat
Voorbeelden
Cette méthode est très active pour résoudre les problèmes.
Deze methode is zeer actief voor het oplossen van problemen.
L'actif
01
actief, bezit
ensemble des biens et ressources possédés par une personne ou une entreprise
Voorbeelden
L'entreprise a augmenté son actif cette année.
Het bedrijf heeft dit jaar zijn activa verhoogd.
02
werknemer
personne qui travaille ou qui est en âge de travailler
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
actifs
Voorbeelden
L'actif de ce pays est très qualifié.
De beroepsbevolking van dit land is zeer gekwalificeerd.
03
bedrijvende vorm, actieve vorm
mode dans lequel le sujet fait l'action exprimée par le verbe
Voorbeelden
Dans la phrase « Pierre mange une pomme », le verbe est conjugué à l'actif.
In de zin « Pierre mange une pomme » is het werkwoord vervoegd in de actieve vorm.



























