Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
actief, werkzaam
qui fait quelque chose, qui est en action
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
le plus actif
vergrotende trap
plus actif
gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
actif
mannelijk meervoud
actifs
vrouwelijk enkelvoud
active
vrouwelijk meervoud
actives
Voorbeelden
Les enfants sont toujours actifs à l' école.
Kinderen zijn altijd actief op school.
02
effectief, doeltreffend
qui produit un effet ou atteint un résultat
Voorbeelden
Un traitement actif améliore la santé rapidement.
Een actieve behandeling verbetert de gezondheid snel.
L'actif
[gender: masculine]
01
actief, bezit
ensemble des biens et ressources possédés par une personne ou une entreprise
Voorbeelden
La valeur de l' actif est importante pour la banque.
De waarde van de activa is belangrijk voor de bank.
02
werknemer
personne qui travaille ou qui est en âge de travailler
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
actifs
Voorbeelden
L' actif participe à l' économie nationale.
De actieve bevolking neemt deel aan de nationale economie.
03
bedrijvende vorm, actieve vorm
mode dans lequel le sujet fait l'action exprimée par le verbe
Voorbeelden
Il est important de comprendre l' utilisation de l' actif en grammaire.
Het is belangrijk om het gebruik van de bedrijvende vorm in de grammatica te begrijpen.



























