to flinch
Pronunciation
/ˈfɫɪntʃ/

Definitie en betekenis van "flinch"in het Engels

to flinch
01

terugdeinzen, samentrekken

to make a quick and involuntary movement in response to a surprise, pain, or fear
Intransitive
to flinch definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
flinch
3e persoon enkelvoud
flinches
onvoltooid deelwoord
flinching
onvoltooid verleden tijd
flinched
voltooid deelwoord
flinched
Voorbeelden
When the door slammed, he flinched in surprise.
Toen de deur dichtklapte, schrok hij van verrassing.
01

samentrekking, schok

a sudden, involuntary movement made in response to pain or a threat of pain
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
flinches
Voorbeelden
Despite the loud noise, he managed to suppress a flinch.
Ondanks het harde geluid, slaagde hij erin een terugdeinzen te onderdrukken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store