Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to evade
01
ontwijken, ontduiken
to deliberately avoid facing or fulfilling something difficult, unpleasant, or obligatory
Transitive: to evade a responsibility or obligation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
evade
3e persoon enkelvoud
evades
onvoltooid deelwoord
evading
onvoltooid verleden tijd
evaded
voltooid deelwoord
evaded
Voorbeelden
The company tries to evade taxes by exploiting legal loopholes in the tax code.
Het bedrijf probeert belasting te ontduiken door gebruik te maken van wettelijke loopholes in de belastingwetgeving.
02
ontwijken, ontsnappen
to escape or be difficult for someone to grasp, understand, or achieve
Transitive: to evade sb
Voorbeelden
The meaning of the poem evaded her despite her careful reading.
De betekenis van het gedicht ontging haar ondanks haar zorgvuldige lezing.
03
ontwijken, ontduiken
to get away from or avoid someone or something, often using cleverness or deceit
Transitive: to evade sb/sth
Voorbeelden
The thief evaded the police by slipping into a hidden alleyway.
De dief ontweek de politie door een verborgen steegje in te glippen.
04
ontwijken, ontsnappen
to escape or move away quietly or unnoticed
Intransitive
Voorbeelden
The shadow seemed to evade into the darkness as he approached.
De schaduw leek in de duisternis te ontsnappen toen hij naderde.



























